Water als vertrekpunt voor een klimaatrobuust landschap

Het landschapsontwerp van Bureau Bas Smets – bekend van de publieke ruimte rond de Notre-Dame in Parijs en Nieuw Zuid in Antwerpen – is bepalend voor de opbouw van Havenplein. Op een terrein dat vandaag grotendeels wordt gedomineerd door beton, asfalt en steenslag, krijgt de open ruimte een veel groenere invulling. Het ontwerp vertrekt daarbij nadrukkelijk van de ligging aan het water. Het resultaat is een landschap met drie duidelijk onderscheiden figuren: het Kanaalpark, de Strip en de Buurtparking, elk met een eigen ruimtelijk karakter en gebruik.

Het Kanaalpark vormt de meest landschappelijke van die drie zones. Als groene corridor verbindt het de Villerslei met de jachthaven, terwijl het bestaande jaagpad als wandelroute behouden blijft. Grote grasvlakken en losse bomengroepen laten doorzichten naar het kanaal open. Centraal ligt een forse wadi die twee functies combineert: ze buffert regenwater en laat het vertraagd infiltreren, maar wordt bij droog weer ook een speelplek met een parcours van verticale houten elementen. De beplanting bestaat uit uiteenlopende boomsoorten en bloemenweides die met een beperkt maaibeheer een natuurlijker parkbeeld moeten opleveren.

Van park naar stedelijk plein

Waar het Kanaalpark informeel en groen is, krijgt de Strip bewust een stedelijker karakter. Deze doorlopende minerale ruimte verbindt de drie woongebouwen en sluit aan op de Villerslei. Bomen staan hier regelmatiger opgesteld en zorgen voor schaduw en verkoeling tussen de gebouwen. Het centrale plein wordt ingericht als verblijfsruimte met horecaterrassen, een grote ronde zitbank en een waterelement dat op warme dagen ook als speelelement kan functioneren. Tegelijk blijft de Strip bruikbaar voor laden en lossen, hulpdiensten en afvalophaling. Wandelaars en fietsers krijgen er echter voorrang, met langs de jachthaven een trage fietsroute die de noord-zuidverbinding door het gebied vervolledigt.

Ook de buurtparking wordt als landschap behandeld. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in waterpasserende betonstraatstenen met groene voegen en liggen tussen een mix van bomen, heesters en bloemenweides. Een wadi en waterminnende, inheemse boomsoorten vormen een groene overgang naar de aangrenzende woningen. Die aanpak past in een bredere onthardingsstrategie voor de voormalige industriële site. Ook de beplanting wordt per deelgebied afgestemd op bezonning, wateraanbod en verharding. Op het centrale plein kiest Bureau Bas Smets bijvoorbeeld voor de robuuste klimaatboom Celtis australis, terwijl bloemrijk grasland elders bestaat uit uitsluitend inheemse wilde soorten van regionale oorsprong.

De jachthaven als vierde schakel

Het landschapsontwerp stopt niet bij de nieuwe woongebouwen. Ook de bestaande jachthaven wordt heringericht, met behoud als uitgangspunt. Het clubhuis, de boogloods, het talud, de fruitbomen, de betonnen trappen en het tracé van het jaagpad blijven behouden. Tegelijk wordt een aanzienlijk deel van de verharde ruimte opgebroken of waterdoorlatend gemaakt. Zo komt tussen het clubhuis en een van de nieuwe gebouwen extensief grasland met een bomengroep. En langs het kanaal schermen heestermassieven de activiteiten af, terwijl een nieuwe fietsverbinding aan de oostzijde de trage noord-zuidroute voortzet.

Zo gebruikt Bureau Bas Smets het landschap niet als groene omlijsting van Havenplein, maar als structuur die de verschillende onderdelen van de ontwikkeling met elkaar verbindt. Park, plein, parking en jachthaven krijgen elk een eigen identiteit, terwijl waterbeheer, ontharding en circulatie door het hele ontwerp heen terugkeren. Hagen markeren belangrijke assen en grenzen, bloemrijk grasland beperkt het intensieve beheer en groendaken helpen regenwater vertraagd af te voeren en zorgen in de zomer voor extra verkoeling. Daarmee krijgt de ligging aan het kanaal ook ruimtelijk betekenis: het water is niet alleen zichtbaar vanuit de woningen, maar vormt het vertrekpunt voor de inrichting van de volledige buitenruimte.